Welkom op de website van Sprankel vzw ...
Vereniging van ouders van normaalbegaafde kinderen met leerproblemen

AfdrukkenE-mailadres

Dyslexie

 Image

Sprankel vzw

Vereniging van ouders van

normaalbegaafde kinderen met leerproblemen

  

Leerproblemen - Dyslexie

  

Vanwaar komt de term dyslexie?

In de termen dyslexie en dysorthografie herkent men vier woorddeeltjes. Ze stammen alle vier uit het (oude) Grieks.

Het voorvoegsel 'dys-' wordt gebruikt in samenstellingen om alles aan te duiden wat niet goed gaat, wat moeizaam loopt, wat zwaar en traag verloopt.
Het  woorddeel '-lexie' komt van 'lexicon' en verwijst naar alles wat met woorden te maken heeft.
'Ortho-' komt van 'orthos' en geeft aan wat recht is, wat goed is, wat overeind blijft.
Het woorddeel '-grafie' tenslotte is afgeleid van 'graphein' en betekent schrijven

Dyslexie betekent dan: Zeer moeizaam leren lezen en/of spellen, ondanks goede aanpak en zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak.

Dysorthografie betekent: Moeilijk kunnen leren correct spellen/foutloos schrijven, ondanks goede aanpak en zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak.

Dyslexie en dysorthografie komen meestal samen voor en worden dan ook dikwijls in één adem genoemd. Eigenlijk valt dysorthografie onder de noemer dyslexie. We gebruiken voortaan enkel het woord 'dyslexie' om beide aan te duiden.

Wanneer heeft iemand dyslexie ?

Vooraleer je kan spreken van dyslexie, moeten eerst een aantal vragen beantwoord worden:

  • Is dit kind voldoende verstandig om tot goed lezen en schrijven te komen? Wanneer het IQ lager ligt dan 80 (sommigen zeggen 75) zal men zelden de term dyslexie gebruiken.
  • Ziet dit kind voldoende scherp? Kunnen de ogen normaal bewegen en zijn de oogbewegingen op mekaar afgestemd?
  • Hoort dit kind goed? Hoort het ook kleine verschillen tussen gelijkende klanken? Vb. tussen kop en top, tussen mus en mis, tussen rap en rat?
  • Spreekt het de taal van de school? Is het kind als baby en kleuter misschien thuis in een andere taal opgevoed?
  • Leeft dit kind in een voldoende stimulerend gezin? Gaat het naar de bib? Weet het wat lezen is? Wordt er thuis verteld uit boeken?
  • Gaat het regelmatig naar school? Mist het niet te veel lessen? Wegens ziekte? Wegens verhuis? Door spijbelen?

Pas wanneer al deze voorwaarden vervuld zijn en het leren lezen gaat toch bijzonder moeizaam, dan kan men gaan denken in de richting van dyslexie.

Zijn er signalen voor dyslexie?

Het kind slaagt er niet of moeizaam in om aan bepaalde symbolen op papier (letters, lettergroepen) een klank (foneem) vast te knopen.
Bvb. je ziet de letters s,c,h en je moet ze uitspreken als sch in schaar
 Je ziet de letters e,u en je moet ze uitspreken als eu in deur
Dyslexie merk je dus pas als het kind luidop leest. Je hebt kinderen die perfect de inhoud van een tekst mee hebben door stillezen (ze kijken dan als het ware naar de fotootjes van de woorden), maar die er niet in slagen om diezelfde tekst zonder fouten luidop voor te lezen.

--> Mensen met dyslexie moeten vaak nadenken over deze koppeling tussen het (letter)teken en de klank en lezen dus trager dan normale lezers voor wie deze koppeling een 'automatisme' is geworden.

Bij dysorthografie keren we de zaken om. Het kind hoort een woord en moet die klanken omzetten in symbolen op papier. Bij de meeste woorden is "horen" alleen niet genoeg. Je moet ook dingen over het woord weten en onthouden.
Bvb. Het verschil tussen weide en wijde kan je niet horen. Je moet ook weten dat 'de koe staat in de weide' met e,i en dat 'de wijde wereld' een gestipte ij krijgt.

Kinderen met dyslexie hebben het ook moeilijk met 'afspraken waarbij je niet kan redeneren' en met 'geheugen'.


Bestaat er een test om dyslexie vast te stellen?

Eigenlijk niet.
Er bestaat wel een test om uit een grote groep kinderen bvb. die kinderen te halen die tot de risicogroep horen. CLB-medewerkers horen deze test te kennen.

Om echt uit te maken of een kind dyslexie heeft,  moet een ervaren psycholoog/pedagoog/ orthopedagoog/neurolinguïst/logopedist veel verschillende zaken bij het kind toetsen met diverse proeven bvb. leessnelheid met de 1- of 3- minuuttest, leesniveau met de AVI-proeven, snel kunnen benoemen van prenten, gevoel voor rijm, ritmetest, auditieve discriminatie met aanwijsprentjes, dictee  enz. ... .

Bovendien moeten de leestechniek en de vorderingen van het kind vergeleken worden met wat men normaal voor dit kind kan verwachten op die leeftijd en na zoveel weken, maanden, jaren les in lezen en spellen.
Dit vraagt ervaring in het observeren en systematiek in het onderzoek.

Waarom lijkt men soms zo lang te aarzelen om echt de diagnose dyslexie uit te spreken?

Dyslexie is een restdiagnose. Dit wil zeggen dat men dit woord slechts gebruikt als alle andere mogelijke verklaringen voor de leesachterstand zijn uitgesloten.

De achterstand moet ook opvallen ten opzichte van wat men normaal van dit kind zou mogen verwachten. Het moet ernstig zijn.

Het kind moet voor de andere schoolse vaardigheden (bvb. rekenen) in principe wel goed presteren. In de eerste jaartjes van de basisschool zie je dit op het rapport. Er is bvb. 10% of meer verschil in punten tussen het totaal van alle taalvakken en het totaal van alle rekenvakken.

Het is wel mogelijk dat een, voor de rest behoorlijk intelligent kind, zowel moeite heeft met leren rekenen, als met leren lezen. Hetzelfde kan zich voordoen met een eerder zwakbegaafd kind (IQ tussen 75 en 85) dat nog moeizamer leert lezen en schrijven dan het al even zwakbegaafde klasgenootje. Men spreekt dan van comorbiditeit. Op dat ogenblik wordt de diagnose uiteraard een stuk moeilijker.

Er moet zeker 3 tot 6 maand ernstig remediërend met het kind gewerkt zijn door de klassentitularis, de taakleerkracht of zorgcoördinator of een logopedist. Wanneer, ondanks deze ernstige inspanningen, de vooruitgang eerder klein is, en de leerstoornis dus hardnekkig blijkt te zijn, dan pas kan men beginnen denken aan dyslexie.

Echt vlot leren lezen en correct schrijven vraagt tijd. Daarvoor dienen het 1e en 2e leerjaar in de lagere school. Pas eind 2e leerjaar of begin 3e leerjaar kan men echt aan de diagnose dyslexie gaan denken.

Grofweg 5 à 10 % van de leerlingen van een gewone school heeft dyslexie. Er zijn echter veel meer leerlingen, tot zelfs in de secundaire school, die niet echt vlot hebben leren lezen en schrijven omwille van tal van andere redenen. Men spreekt dan van 'lage geletterdheid'.

Moet men wachten op deze diagnose om iets te doen?

Uiteraard niet.
Wanneer men bij een kind een vertraging of een achterstand in het leren lezen bemerkt, dan is het net de opdracht van de leerkracht om met alle middelen dit kind te helpen. Dat is leerzorg en behoort tot de normale opdracht van elke basisschool.

Als blijkt dat de gewone remediërende ingrepen niet helpen, dan moet men verder gaan en het kind gericht laten onderzoeken. Het CLB is hiervoor het eerste aanspreekpunt. Zij hebben trouwens ook een opdracht in het begeleiden van de leerkracht die met het kind werkt.

Als het probleem ernstig en hardnekkig is, kan het nodig zijn ook een onderzoek aan te vragen bij een logopedist of in een revalidatiecentrum of op een andere dienst waar multidisciplinair onderzoek mogelijk is.

Kan men dyslexie behandelen?

Dyslexie is geen ziekte. Je kan het niet krijgen zoals je een longontsteking oploopt. En je kan er dus ook niet van genezen. In die zin kan men niet spreken van behandeling of therapie. Begeleiding is het juiste woord. En deze begeleiding is niet alleen nodig, maar doet ook vaak wonderen in verband met de ontwikkeling en de ontplooiing van het kind.

Dyslexie gaat niet over. Je wordt er mee geboren. Het is dikwijls erfelijk en soms zijn er reeds bij de kleuter signalen die ons tot waakzaamheid manen. Als kinderen niet veel woorden kennen, niet goed kunnen stukjes in woorden horen (fonemisch bewustzijn), de namen van de kleuren of van de klasgenootjes niet onthouden, problemen hebben met het zien van kleine verschillen, problemen hebben met het snel benoemen van prenten e.d. dan is dit zeker 'op te volgen'.
Bij een kleuter spreekt men echter nog niet over dyslexie. Het leren lezen begint immers pas vanaf het 1e leerjaar.

Kunnen lezen en foutloos schrijven is in onze maatschappij natuurlijk wel heel belangrijk, veel belangrijker dan pakweg 100 jaar geleden. Vandaar dat er nu zo veel aandacht aan besteed wordt.

Men moet deze kinderen dus zeker helpen maar men staat wel voor een ernstige en hardnekkige hinderpaal: dyslexie is wel degelijk een leerstoornis. En daar heeft niemand schuld aan, niet de ouders, niet de leerkracht en zeker niet het kind.

Helpen kan:

  • Door in het kind te blijven geloven en het aan te moedigen (stimuleren)
  • Door het zaken op een andere manier te laten doen en door hulpmiddelen aan te reiken (compenseren)
  • Door alle didactische middelen te gebruiken om het toch vooruit te helpen, en door hulp van specialisten in te roepen (remediëren)
  • Door ons te beperken tot wat echt belangrijk is om vooruit te kunnen. Door niet altijd te focussen op het probleem maar ook de talenten van het kind te benadrukken (relateren, relativeren)
  • Door soms toe te geven dat iets echt niet lukt en het dan ook niet meer of nog niet te eisen (dispenseren)

Men gebruikt het letterwoord STICORDI om het geheel van maatregelen aan te geven waarmee men het kind met dyslexie kan helpen.

Laatst aangepast op okt172008
rbdjav