Welkom op de website van Sprankel vzw ...
Vereniging van ouders van normaalbegaafde kinderen met leerproblemen

AfdrukkenE-mailadres

Wanneer heeft iemand dyscalculie?

Vooraleer je kan spreken van dyscalculie, moeten eerst een aantal vragen beantwoord worden:

  • Is dit kind voldoende verstandig om tot goed leren rekenen te komen? Wanneer het IQ lager ligt dan 80 (sommigen zeggen 75) zal men zelden de term dyscalculie gebruiken.·tenzij kinderen duidelijk nog minder goed rekenen dan leeftijdgenoten met een gelijk IQ.
  • Ziet dit kind voldoende scherp? Kunnen de ogen normaal bewegen en zijn de oogbewegingen op mekaar afgestemd?
  • Hoort dit kind goed?
  • Heeft het kind voldoende ruimtelijk inzicht? Getalinzicht en bewerkingen worden meestal visueel (met tekeningen en schema's) aangebracht.
  • Begrijpt het kind de leerkracht? Spreekt het de taal van de school? Is het kind als baby en kleuter misschien thuis in een andere taal opgevoed?
  • Leeft dit kind in een voldoende stimulerend gezin? Gaat het mee naar de winkel? Wordt het betrokken bij kleine taakjes in het gezin?
  • Gaat het regelmatig naar school? Mist het niet te veel lessen? Wegens ziekte? Wegens verhuis? Door spijbelen?

Pas wanneer al deze voorwaarden vervuld zijn en het leren rekenen gaat toch bijzonder moeizaam, dan kan men gaan denken in de richting van dyscalculie. Uiteraard kan minder goed horen, anderstalig opgevoed zijn enz. ook samengaan met dyscalculie, maar dan moeten kinderen het echt minder goed doen dan andere kinderen die minder goed horen of anderstalig opgevoed zijn. In die gevallen (bij minder goed horen) spreekt men over comorbiditeit.

Laatst aangepast op juli282016
rbdjav