Huiswerktips voor ouders

Is het de taak van ouders om de schoolse problemen te remediëren?


Neen. Ouders hoeven geen therapeuten te zijn. Als kinderen leerproblemen hebben, gaat alle energie vaak naar die problemen en is er weinig tijd en ruimte over voor normale gezinsactiviteiten. Kinderen hebben echt nood aan een open en positieve relatie met hun gezinsleden. De contacten zijn best niet te veel gericht op leren. Onze kinderen moeten voelen dat ze mogen zijn wie ze zijn. Ze moeten de kans krijgen om te groeien op hun tempo en op hun manier. Ze moeten voldoende gestimuleerd worden. Voortdurende druk en zelfs angst voor schoolprestaties zijn voor een kind enorm stresserend. Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat chronische stress hersenstructuren kan beïnvloeden! Dit moeten we vermijden.


Hoe kan je als ouders je kind helpen bij het huiswerk?


Ouders mogen hun kinderen wel helpen en ondersteunen. Een kind dat hulp nodig heeft, maar geen steun krijgt, voelt zich alleen en in de steek gelaten. Een ouder die niet weet hoe te helpen, voelt zich machteloos.

Goed oefenmateriaal voor ouders zorgt voor een goede relatie tussen ouder en kind. Het kan zowel de ouder als het kind succeservaringen bezorgen. Leerkrachten en zorgprofessionals kunnen voor aangepast oefenmateriaal zorgen en hebben als taak ouders te helpen om het kind te ondersteunen. Veel zorgprofessionals nodigen ouders uit om bij therapiesessies aanwezig te zijn. Ga daar op in! Zo kan je observeren hoe je kind best een oefening aanpakt, en helpen bij foutjes. Je zal leren hoe je iets uitlegt en hoe je je uitleg aanpast aan het niveau en de leerstijl van je kind.
Vraag gerust aan de leerkracht en zorgprofessional hoe je bepaalde oefeningen moet aanpakken.

Probeer tijdens huiswerktijd geen ruzie te maken met je kind. Anders leert je kind dat huiswerk maken samen hoort met ruzie en dat huiswerk saai en niet leuk is. Bewaar je geduld. Stop als je echt niet weet hoe het verder moet en ga naar de leerkracht met al je vragen. Leg vooral de nadruk op wat het kind wel al kan.

Boeken met tips om je kind te ondersteunen tijdens huiswerktijd:

  • Ik heet niet dom (Anny Cooreman & Marleen Bringmans, 2002) ISBN 9789033450334
  • Je huiswerk maken zonder ziek te worden (Walter Dons, 2011) ISBN 9789059324121
  • Leer leren (John Cliteur, 2015) ISBN 9789081920315
Ik heet niet dom
huiswerk maken zonder ziek te worden
Leer leren


 

Stampen en drillen is soms echt noodzakelijk ...


... ook voor leerlingen zonder leerproblemen. Geef niet op! Ook kinderen met dyslexie of dyscalculie leren steeds bij. Splitsingen tot 10, maal- en deeltafels, letters en woorden, dagen van de week, maanden van het jaar, landen en hoofdsteden, tijdlijn en namen van geschiedkundige perioden, namen van ontdekkingsreizigers enzovoort. Er bestaan tal van feiten die je gewoon moét weten en uit het hoofd leren.

Voor kinderen met leerproblemen is dat vaak een lastige klus want ze hebben net moeite met het inprenten en weer oproepen van geheugenfeiten uit hun langetermijngeheugen.


Tips


  • Vraag hulp op school. De leerkracht of de zorgjuf kan je vast ideeën aanreiken.
  • Blijf rustig en besef dat het lastiger zal zijn dan bij andere kinderen.
  • Begin tijdig en betrek je kind bij de planning. Net voor een toets of examenperiode is het te laat om te starten.
  • Oefen vaker, spreid de oefenmomenten over verschillende dagen en weken.
  • Pak niet uit met materiële beloningen omdat het kind wil oefenen. Maak een lijstje of noteer de vorderingen in een schema. Zet er een smiley onder en geniet samen van het resultaat.
  • Zadel je kind niet op met een schuldgevoel als het eens niet of minder goed lukt. Maak afspraken voor een volgende oefenbeurt.

 

Enkele voorbeelden


Gebruik flashcards en werk met 3 stapeltjes: goed gekend, gekend maar nog twijfel, niet gekend.

Zo werkt het

  • De eerste dag oefen je met alle kaarten en sorteer je elke kaart per stapel. Je maakt drie stapels: doos 1 (niet gekend) / doos 2 (gekend maar met twijfel) / doos 3 (goed gekend).
  • De tweede dag neem je eerst de kaarten uit de bak doos 2 (gekend, maar met twijfel).
  • De kaarten die je deze keer snel(ler) kan beantwoorden mogen naar doos 3 (goed gekend) verplaatst worden. De andere kaarten blijven in doos 2 (gekend, maar met twijfel). De woorden uit doos 2 moeten om de 3 dagen geoefend worden.
  • De derde dag neem je de overblijvende kaarten uit doos 1 (niet gekend). Lees de tekst/informatie op beide kanten van het kaartje en probeer hem te onthouden. Nadien overhoor je jezelf. De kaarten die je kunt beantwoorden, maar met twijfel, verplaats je naar doos 2. De kaarten die je minder goed kent, blijven in doos 1. Elke dag neem je alle kaarten uit doos 1 door.
  • Dag 4 oefen je eerst met de kaarten uit doos 1. Daarna neem je de woorden uit doos 2 nog eens in handen.
  • Dag 5 oefen je eerst met de kaarten uit doos 1. Nadien neem je nog eens de kaarten uit doos 3 en probeer je die allemaal goed en snel te beantwoorden.

Ook spelletjes kunnen helpen. Ze kunnen helpen bij het instampen van geheugenfeiten. Of je kan oefenen met een app of via een website.

Enkele spelideeën:

  • Memory-spel. Elke speler mag 2 kaarten omdraaien. Horen ze samen, dan mag de speler de kaarten houden. Wie de meeste kaarten heeft, wint.
  • Ganzenbord tekenen. Je kan dat dan inkleuren en kaartjes maken met een vraag/antwoord in dezelfde kleur als op het ganzenbord. Gebruik een dobbelsteen om per speler enkele hokjes vooruit te gaan. Kan de speler de vraag correct beantwoorden, dan mag hij verder spelen. Is het fout, dan moet hij terug naar het vakje waarvan hij komt.
  • Pop It vierkant. Gebruik weer gekleurde kaartjes en schrijf daar bv. aan de ene kant de naam van een land en op de achterkant de hoofdstad. Telkens wanneer het kind een kaartje trekt en het correct kan beantwoorden, mag hij/zij een bolletje in dezelfde kleur indrukken. Dat doe je tot alle bolletjes ingedrukt zijn.
  • Quizlet. Een handige website en app voor het leren van eenvoudige zaken zoals Franse en Engelse woordenschat, tafels van vermenigvuldiging of hoofdsteden. De ouder kan woorden invoeren (bv. Nederlands – Frans) en per woord zelfs een afbeelding voorzien. Het kind kan dan eerst de digitale steekkaarten ‘inoefenen’ en daarna meermaals een ‘toets’ afleggen tot het bijna alle antwoorden correct heeft. Meer uitleg op https://youtu.be/rRwSS8x_dUg
  • WRTS laat je kind op dezelfde manier digitaal oefenen, zowel op pc als op tablet en smartphone. Kijk hier naar een informatievideo: https://youtu.be/cBHiZfDY8fM of op de website https://wrts.be/ouders-belgie